VOOR OUDERS EN SCHOLEN  ·  22 juli 2026

De haat in de game-chat die je kind in de vakantie gewoon gaat vinden

In de zomervakantie zit je kind langer in games, groepsapps en comments. Daar komen scheldwoorden over afkomst, geloof of geaardheid zo vaak voorbij dat ze niet meer opvallen. Dat is het echte risico: niet één rotopmerking, maar dat haat normaal gaat voelen. Dit lees je hier: wat online haat is, hoe gewoon het is geworden, waarom het algoritme meeduwt, en wat je deze zomer rustig kunt doen.

Laatste update: 22 juli 2026. Cijfers van het Kennisplatform Inclusief Samenleven (2024), het CBS (2024), Dublin City University en Amnesty International (2024 en 2025) en het Openbaar Ministerie (2026).

81%
van de jongeren van 16-24 ziet regelmatig online haat over afkomst en etniciteit (KIS, 2024)
23min
tot de eerste vrouwonvriendelijke manosphere-video op een leeg jongensaccount op TikTok (Dublin City University, 2024)
1op 10
slachtoffers van online discriminatie meldt het ergens, 2 tot 3% doet aangifte (CBS, 2024)
Leestijd: 8 minuten
Categorie: Online haat en discriminatie
Doelgroep: ouders, verzorgers en scholen

Het gevaar is niet die ene scheldpartij in een game-chat. Het gevaar is dat je kind er zo vaak langs scrollt dat het niet meer schrikt. Haat die normaal voelt, daar handel je niet meer naar.

Waarom de zomer dit groter maakt

De zomervakantie duurt zes weken. Je kind gamet meer, zit langer in groepsapps en scrollt vaker door comments onder filmpjes. Juist die plekken, de chat naast een spel en de reacties onder een video, zitten vol opmerkingen over afkomst, geloof, gewicht of geaardheid. Niet allemaal als bewuste aanval, maar als grapje, als scheldwoord, als iets dat er nu eenmaal bij hoort.

En in de vakantie kijk je als ouder minder mee. Het ritme is losser, je kind zit vaker alleen op de kamer, en een game-chat lees je zelden mee. Zo bouwt zich in zes weken een gewenning op die je niet ziet gebeuren. Daarom is dit het moment om er even bij stil te staan.

72% van de online discriminatie vindt plaats op social media, 37 procent op fora en 29 procent op videoplatforms. Het speelt zich dus precies af op de plekken waar je kind in de vakantie het meeste is. Bron: CBS, Online Veiligheid en Criminaliteit 2024.

Wat online haat eigenlijk is

Online haat en discriminatie zijn uitingen tegen mensen vanwege wie ze zijn: hun afkomst, huidskleur, geloof, gender of geaardheid. Dat is iets anders dan online pesten. Pesten draait om een persoon, om iemand uit de klas die het moet ontgelden. Bij online haat gaat het om een hele groep: alle mensen met een bepaalde achtergrond, in één veeg.

In de praktijk loopt het door elkaar. Een scheldwoord in een game-chat kan tegen één speler gericht zijn en tegelijk een hele bevolkingsgroep raken. Voor je kind voelt het vaak niet als haat, maar als de gewone toon van het internet. Juist daarom is het belangrijk om te kunnen benoemen wat het is.

Waar je kind het tegenkomt

  • Game-chats. Tijdens het spelen vliegen scheldwoorden over afkomst en geaardheid voorbij, vaak als de standaardmanier om elkaar af te zeiken.
  • Comments en reacties. Onder filmpjes en posts staan haatreacties over groepen, met duizenden likes eronder die het normaal laten lijken.
  • Groepsapps. In klassen- en vriendengroepen worden memes en grappen gedeeld die hele groepen wegzetten.
  • Aanbevolen filmpjes. Influencers die een hard, vrouwonvriendelijk of uitsluitend wereldbeeld verkopen, verpakt als humor of zelfvertrouwen.

Hoe gewoon het is geworden

Online haat is geen randverschijnsel meer. Het is voor jongeren de dagelijkse achtergrond van hun schermtijd. Onderzoek onder Nederlandse jongeren laat zien hoe breed het is.

81% van de jongeren van 16-24 ziet regelmatig online haat over afkomst en etniciteit. Over seksuele orientatie is dat 73 procent, over huidskleur 64 procent en over gender 61 procent. Het gaat dus niet om uitzonderingen, maar om wat jongeren elke week zien. Bron: Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS), 2024.

Tegelijk stijgt het ook in de echte cijfers. Het aandeel Nederlanders van 15 jaar en ouder dat online discriminatie ervaart, verdubbelde van 2 procent in 2022 naar 4 procent in 2024. Onder 15- tot 45-jarigen is dat 6 procent. Dat zijn ruim een half miljoen mensen, en het is geen tijdelijke schommeling maar een trendbreuk.

Waarom je kind eraan went

De mens went aan bijna alles, ook aan haat. Als je elke dag dezelfde scheldwoorden voorbij ziet komen, gaat je alarm steeds later af. Wat eerst schokte, wordt achtergrondruis. Onderzoekers noemen dat gewenning, en bij online haat werkt het twee kanten op: je kind reageert er niet meer op, en gaat het zelf soms ook gebruiken omdat iedereen het doet.

Dat dit echt iets verschuift, zie je in de houding van jongeren zelf. In Amsterdam daalde de acceptatie van homoseksualiteit onder jongens op het voortgezet onderwijs van 63 procent in 2021 naar 32 procent in 2023. Een halvering in twee jaar. Online klimaat en houding in de echte wereld hangen samen.

9,3% van de jongeren van 16-24 verspreidde het afgelopen jaar zelf online haatspraak. Gewenning blijft dus niet bij wegkijken, een deel doet uiteindelijk mee. Bron: Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS), 2024.

Het algoritme duwt mee

Je kind hoeft haat niet op te zoeken om het te krijgen. Het aanbevelingssysteem brengt het vanzelf, want content die boos maakt of verdeelt houdt de aandacht beter vast. Vooral bij jongens gaat dat snel via de zogenoemde manosphere: influencers die een hard, vrouwonvriendelijk wereldbeeld verkopen als zelfverbetering.

23 minuten duurde het tot de eerste manosphere-video verscheen op een leeg TikTok-account dat als tienerjongen was ingesteld. Na twee tot drie uur scrollen was meer dan 75 procent van de aanbevelingen vrouwonvriendelijk. Op een leeg meisjesaccount kwamen binnen een uur sombere en suicidale filmpjes voorbij. Bron: Dublin City University, 2024, en Amnesty International, 2025.

Het algoritme weegt niet of iets goed of slecht is voor je kind. Het kijkt alleen of het de aandacht vasthoudt. En een filmpje dat een groep wegzet, doet dat vaak beter dan een rustig verhaal. Zo verschuift een feed langzaam naar eenzijdig en hard, zonder dat je kind er iets voor doet.

Waarom je het bijna nooit ziet

De meeste ouders weten niet wat hun kind tegenkomt. Dat is geen onwil: het gebeurt in chats en feeds die je niet meeleest, en je kind vertelt er zelden uit zichzelf over. Bovendien blijft het meeste onzichtbaar omdat er bijna nooit iets mee wordt gedaan.

1 op 10 slachtoffers van online discriminatie meldt het ergens. Slechts 2 tot 3 procent doet aangifte. Het overgrote deel blijft dus buiten beeld, ook voor jou als ouder. Bron: CBS Veiligheidsmonitor 2024 en Discriminatie.nl.

Die stilte is logisch. Je kind denkt dat het er nu eenmaal bij hoort, of schaamt zich, of weet niet waar het terecht kan. Het goede nieuws: je hoeft de chats niet te controleren om dit bespreekbaar te maken. Een open vraag werkt beter dan meekijken.

Wat je deze zomer rustig doet

Je kunt het internet niet schoonpoetsen, maar je kunt wel zorgen dat haat niet normaal gaat voelen. Dat doe je niet met een verbod, maar met een paar gesprekken en wat instellingen. Vijf dingen die deze vakantie het meeste schelen:

  1. Vraag zonder oordeel wat je kind in de chat tegenkomt. Niet “met wie game jij allemaal”, maar “wordt er weleens raar gescholden, en waarover dan”. Zo maak je het veilig om het te delen.
  2. Benoem wat haat is. Leg uit dat een grap over een hele groep geen grap is maar discriminatie, ook als iedereen het doet. Een kind dat het kan benoemen, went er minder snel aan.
  3. Laat zien hoe je meldt en blokkeert. Doe samen voor hoe je een haatreactie rapporteert, iemand blokkeert en een melding doet bij Discriminatie.nl. Dat geeft grip en traint het algoritme bij.
  4. Kijk mee naar wat de feed aanbiedt. Vraag af en toe wie je kind volgt en wat er voorbijkomt. Druk op “niet geinteresseerd” bij content die een groep wegzet, dat stuurt de aanbevelingen.
  5. Houd het gesprek open, ook als je schrikt. Reageer niet met straf als je kind iets naars heeft gedeeld of gezegd. Vraag waar het vandaan kwam. Boosheid sluit het gesprek, nieuwsgierigheid houdt het open.

Waar je terecht kunt

Maak je je zorgen, of is er iets gebeurd? Je hoeft het niet alleen op te lossen.

Hulp, advies en melden

  • Discriminatie.nl. Om online discriminatie en haat te melden en gratis advies te krijgen. Sinds september 2025 is er ook een kindvriendelijk loket, Discriminatie.nl Jeugd.
  • Preventielijn van Offlimits, 0800-266 64 36. Voor vragen over opvoeding, schermgebruik en hoe je dit thuis bespreekbaar maakt.
  • Kindertelefoon, 0800-0432. Als je kind ergens mee zit en er met iemand over wil praten, anoniem en gratis.
  • Politie. Bij bedreiging, aanzetten tot haat of doxing kun je aangifte doen. Sinds 1 juli 2025 telt een discriminerend motief als strafverzwaring.

Online haat is geen falen van jou of je kind. Het is een klimaat dat platforms laten bestaan omdat verdeeldheid de aandacht vasthoudt. Door het te benoemen, mee te kijken en samen te melden, zorg je dat je kind haat blijft herkennen als haat. En dat is precies wat gewenning tegengaat.

Bronnen

  1. Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS), Ervaren online haatspraak en discriminatie door jongeren, 2024.
  2. CBS, Online Veiligheid en Criminaliteit 2024, hoofdstuk online discriminatie, 2024.
  3. CBS Veiligheidsmonitor 2024.
  4. Dublin City University, Recommending Toxicity, 2024.
  5. Amnesty International, Driven into Darkness, onderzoek naar het TikTok-algoritme, 2025.
  6. COC Amsterdam, jongerenacceptatie homoseksualiteit, 2023.
  7. Openbaar Ministerie, Strafbare Discriminatie in Beeld 2025, 2026.
  8. CyberBurger Kennisbank Digitale Veiligheid, thema online haat en discriminatie, 2026.