Scrollen voelt op een luie zomerdag onschuldig. En vaak is het dat ook. Maar voor een deel van de kinderen werkt een eindeloze feed als een spiraal naar beneden: hoe somberder je je voelt, hoe meer je scrolt, en hoe meer je scrolt, hoe somberder je je kunt voelen.
In de zomervakantie valt het schoolritme weg. Er zijn lange, ongevulde dagen, minder afspraken en minder toezicht. Voor veel kinderen wordt de telefoon dan de standaardbezigheid. Dit artikel legt uit wat doomscrollen met de stemming van je kind kan doen, hoe sterk dat verband echt is, en wat je als ouder rustig kunt doen, zonder de telefoon meteen te verbieden.
Waarom de zomer dit groter maakt
Een vakantiedag zonder plan is precies de bodem waarop scrollen groeit. Geen lesrooster, geen sport om vier uur, geen huiswerk dat af moet. Wat overblijft is veel tijd en een feed die nooit ophoudt. Onderzoek laat zien dat scholieren in de zomer meer schermtijd hebben en dat het gebruik dieper in de avond en nacht doorloopt.
Tegelijk is het goed om met een open blik te kijken. Even bijkomen met je telefoon is niet erg, en online contact met vrienden kan in de vakantie juist fijn zijn. Het gaat om het verschil tussen ontspannen scrollen en blijven hangen in een feed die je somber maakt en die je niet meer wegklikt.
Wat doomscrollen eigenlijk is
Doomscrollen is het urenlang blijven scrollen door een stroom berichten, vaak negatief of vergelijkend, zonder dat het je iets oplevert. Je zoekt niets, je stopt niet, je blijft hangen. Apps zijn er ook op gebouwd: de feed houdt nooit op, en het algoritme laat je net dat ene filmpje zien dat je nog even vasthoudt.
Het verraderlijke is de wisselwerking. Een kind dat zich somber voelt, gaat vaak meer en intensiever scrollen. En intensief, problematisch gebruik kan het gevoel weer verslechteren. Die twee versterken elkaar, waardoor het lastig is om te zeggen wat er eerder was. Juist daarom is er extra aandacht nodig voor kinderen die het toch al moeilijk hebben.
Het verband met somberheid, in cijfers
Het gebruik is bijna universeel geworden. Volgens Trimbos is 87,2 procent van de middelbare scholieren dagelijks actief op social media, en op hun twaalfde heeft 97 procent een eigen smartphone. Social media is geen uitzondering meer, maar de standaard.
Zorgelijker is dat de groep die er moeite mee heeft groeit. De GGD Gezondheidsmonitor Jeugd meet dat 12,9 procent van de scholieren risico loopt op problematisch social mediagebruik. In 2019 was dat nog 8 procent, dus een stijging van ruim 60 procent in vier jaar. Problematisch gebruik betekent: je kunt er niet mee stoppen, het gaat ten koste van slaap, school of vrienden, en je voelt je rot als het niet kan.
Dat risico is niet gelijk verdeeld. Meisjes lopen ongeveer twee keer zo vaak risico als jongens, en de gevoeligste periode ligt rond 11 tot 13 jaar. Bij jongens ligt dat iets later, rond 14 tot 15 jaar. Ook merkt ongeveer 13 procent van de scholieren dat ze slaaptekort hebben door social media.
Niet elk gebruik schaadt
Hier is het belangrijk om niet door te slaan. De krantenkoppen over een hele generatie in nood doen geen recht aan wat het onderzoek echt laat zien. Voor de meeste kinderen heeft social media een klein of zelfs licht positief effect. Het verschil zit in het soort gebruik.
Meta-analyses laten dat helder zien. Het verband tussen algemeen social mediagebruik en welzijn is zwak. Het verband tussen problematisch gebruik en somberheid of angst is duidelijk sterker, ongeveer twee tot drie keer zo groot. Met andere woorden: niet de tijd op zich, maar de manier waarop een kind gebruikt, maakt het verschil.
Dat betekent dat je vooral wilt kijken naar jouw kind, niet naar het gemiddelde. Hoe voelt het zich na het scrollen? Slaapt het goed? Heeft het naast online ook offline plezier en contact? Dat zegt meer dan het aantal uren op het scherm.
Waaraan je het ziet
Problematisch gebruik herken je niet aan de klok, maar aan het gedrag eromheen. Let in de vakantie op een paar dingen die samen een patroon vormen:
Je kind kan moeilijk stoppen en wordt onrustig of geirriteerd als het even niet bij de telefoon kan. Het gaat ten koste van slaap, eten of afspraken met vrienden. Je kind lijkt na het scrollen somberder of gespannener in plaats van ontspannen. Of het trekt zich terug en heeft weinig zin meer in dingen die het eerder leuk vond. Een enkel teken is geen ramp, maar meerdere tegelijk zijn een reden om er rustig over in gesprek te gaan.
Wat je deze zomer doet
Je hoeft de telefoon niet af te pakken om je kind te helpen. Een paar rustige gewoontes werken aantoonbaar beter dan een verbod.
- Kijk naar het gevoel, niet alleen naar de klokVraag eens: “Hoe voel je je eigenlijk na een uur scrollen?” Dat opent het gesprek beter dan een discussie over schermtijd, en het leert je kind zelf te merken wat het scrollen doet.
- Probeer twee weken iets minderOnderzoek liet zien dat gezinnen die twee weken bewust minder schermtijd namen, duidelijk minder gedragsproblemen zagen, met een effect dat vergelijkbaar is met professionele hulp. Houd samen een korte schermlog bij en kies drie haalbare doelen.
- Bescherm de nachtSlaap is de plek waar het vaak misgaat. Spreek af dat de telefoon de slaapkamer uit gaat, of in elk geval een uur voor het slapen. Minder nachtelijk scrollen helpt meteen tegen somberheid en vermoeidheid.
- Zorg voor offline tegenwichtPlan in de vakantie iets fysieks of sociaals dat losstaat van het scherm: sport, buiten afspreken, samen iets doen. Het gaat niet om minder telefoon dwingen, maar om meer aantrekkelijk alternatief bieden.
- Houd een mens in beeldLaat je kind weten bij wie het terecht kan als het zich rot voelt: jij, een ander familielid, een mentor of de Kindertelefoon. Voor echte somberheid is een mens nodig, geen feed.
En op de achtergrond verandert er ook iets. De Rijksoverheid adviseert sinds juni 2025 om met social media te wachten tot 15 jaar, en bijna twee op de drie ouders wil duidelijke overheidsregels over schermgebruik. Je staat er als ouder dus niet alleen voor.
Waar je terecht kunt
Hier kun je terecht
- De Kindertelefoon: je kind kan gratis en anoniem praten met een echt mens via 0800-0432 of kindertelefoon.nl, elke dag van 11.00 tot 21.00 uur.
- De preventielijn van Offlimits: gratis meedenken over digitale opvoeding en mediawijsheid via 0800-266 64 36. Handig als je twijfelt hoe je het gesprek over scrollen aanpakt.
- De huisarts of MIND Korrelatie: maak je je zorgen over somberheid of het humeur van je kind, bespreek het met de huisarts of bel MIND Korrelatie via 0900-1450 voor psychische ondersteuning.
- 113 Zelfmoordpreventie: bij acute zorgen over de veiligheid van je kind, bel gratis en dag en nacht 113 of 0800-0113.
Dit is een gevoelig onderwerp. Maak je je zorgen over de stemming van je kind, dan is dat altijd een goede reden om er met een professional over te praten, ook als je niet zeker weet of social media er iets mee te maken heeft.
Kennisbank voor professionals
Werk je in onderwijs, jeugdzorg of bij een gemeente? Bekijk de CyberBurger Kennisbank voor diepgaande informatie over social media en mentale gezondheid.
Naar de KennisbankLees ook: de Kennisbank Digitale Veiligheid voor het volledige overzicht van thema’s rond kinderen en technologie.
Bronnen
- GGD Gezondheidsmonitor Jeugd (2023): 12,9 procent van de Nederlandse VO-scholieren heeft risico op problematisch social mediagebruik, een stijging van 8 procent (2019) naar 12,9 procent (2023); meisjes ongeveer 17 procent, jongens ongeveer 9 procent.
- Trimbos ScholierenMonitor (2023): 87,2 procent van de middelbare scholieren is dagelijks actief op social media (was 84,3 procent in 2019); in groep 7 en 8 is dat 64,1 procent; op 12-jarige leeftijd heeft 97 procent een eigen smartphone.
- Orben et al., Nature Communications (2022): de gevoeligste periode voor negatieve effecten ligt bij meisjes rond 11 tot 13 jaar en bij jongens rond 14 tot 15 jaar.
- Hancock (2022) en Shannon (2022), meta-analyses: algemeen social mediagebruik heeft een zwak verband met welzijn (r ongeveer 0,10 tot 0,15), problematisch gebruik een duidelijk sterker verband met depressie en angst (r ongeveer 0,27 tot 0,35).
- Valkenburg, Differential Susceptibility to Media-effects Model: ongeveer 10 procent van de jongeren is gevoelig en ervaart een duidelijk negatief effect; de meerderheid niet of mild positief.
- SCREENS-studie (Pedersen et al.), JAMA Network Open (2024): twee weken minder schermtijd in gezinnen gaf een duidelijke afname van gedragsproblemen (Cohen’s d 0,53), met een therapietrouw van 97 procent.
- Rijksoverheid (2025) en Iene Miene Media-onderzoek (2025): advies om met social media te wachten tot 15 jaar; 64 procent van de ouders wil duidelijke overheidsregels over schermgebruik.